Onderzoek: Jongeren in een kwetsbare positie Midden-Groningen

Met de transitie en transformatie in het sociale domein is er op lokaal niveau meer verantwoordelijkheid gekomen voor jongeren in een kwetsbare positie. Het is belangrijk om deze jongeren goed in beeld te hebben, zodat zij optimale kansen hebben binnen onze samenleving. Risico’s zijn vaak al op jonge leeftijd aanwezig en worden soms al gesignaleerd door de verloskundige, het consultatiebureau, de kinderopvang of het onderwijs. De overgang van 18- naar 18+ verloopt niet voor alle jongeren vlekkeloos. Vooral als het gaat om kwetsbare jongeren die extra aandacht nodig hebben, omdat ze bijvoorbeeld onder voogdij staan, licht verstandelijk beperkt, werkloos en/ of arbeidsongeschikt zijn. Zij hebben geen of een beperkt eigen netwerk, geen thuissituatie die hen de kans biedt het een en ander zelf of met ondersteuning te regelen. Dit probleem speelt in het hele land en de uitdaging zit erin dat partijen op het vlak van werk, inkomen, gezondheid, zorg, onderwijs, wonen en veiligheid elkaar weten te vinden en in gesprek zijn onder regie van de gemeente. De gemeente is regisseur van een integrale en sluitende aanpak.

Op lokaal niveau is (nog) meer (in)zicht op jongeren in een kwetsbare positie nodig voor een sluitende aanpak

 

Jongeren in een kwetsbare positie in beeld

Advies- en onderzoeksbureau Covalente heeft in opdracht van de gemeente Midden-Groningen (voorheen gemeente Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde) onderzoek gedaan naar de instroom van kwetsbare jongeren, het verloop van de arbeidstoeleiding en ondersteuning door de gemeente. Het onderzoek geeft zicht op de doelgroep en dient als vooronderzoek rondom het beleid van kwetsbare jongeren bij de gemeente Midden-Groningen. Dit, om de Participatiewet zo goed mogelijk uit te kunnen voeren.

De volgende definitie van kwetsbare jongeren is in dit onderzoek gehanteerd:

Tot de onderzoeksgroep behoren kwetsbare jongeren tot 27 jaar die moeite hebben met het behalen van een startkwalificatie, dan wel een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt en er niet of nauwelijks in slagen daar een duurzame positie te verwerven. Dit zijn voornamelijk jongeren uit het Praktijkonderwijs (PrO), het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VsO) en het Entree-onderwijs (MBO1). Ze zijn kwetsbaar doordat ze vaak op meerdere leefdomeinen problemen hebben, zoals een lastige thuissituatie, (jeugd)zorg, lichamelijke of verstandelijke beperkingen, gedragsmoeilijkheden of specifieke leerbehoeften.

Er is deskresearch gedaan, gegevens en cijfers zijn geanalyseerd, dossiers zijn onderzocht en er zijn gesprekken gevoerd. Er zijn 30 dossiers van jongeren en 10 dossiers van hun ouders bekeken. Tevens zijn er 18 gesprekken met betrokken partijen rondom de kwetsbare jongeren gevoerd en 11 gesprekken met jongeren zelf. De uitkomsten zijn goed bruikbaar voor verder beleid en uitvoering.

Minder sprake van overerfbaarheid dan gedacht

Bij het dossieronderzoek is er verder verdiept in de doelgroep, want wat maakt de jongeren kwetsbaar? Er is zowel achtergrondinformatie van de jongeren als van hun ouders opgehaald om te kijken of de ouders ook in een kwetsbare positie verkeerden. Vaak wordt gedacht dat kwetsbaarheid van generatie op generatie gaat; uit onderzoeken blijkt dat wanneer iemand in een kwetsbare positie is geboren het lastig is om uit die situatie te komen.

Er wordt verondersteld dat alle respondenten uit het dossieronderzoek kwetsbaar zijn, omdat ze op minimaal twee terreinen van kwetsbaarheid (lichamelijke of psychische gezondheid, financiële mogelijkheden, sociale contacten en cultureel kapitaal) onvoldoende hulpbronnen hebben.

Van maatschappelijke kwetsbaarheid die van generatie op generatie gaat, is in één derde van de dossiers sprake. Dit is minder dan verwacht. In de gevallen waar wel sprake is van maatschappelijk kwetsbaarheid, stapelen de risicofactoren/ terreinen zich veelal op.

Net als in het dossieronderzoek komt in de gesprekken met betrokken partijen naar voren dat bij de kwetsbaarheid van jongeren vaak meerdere factoren een rol spelen. De onderkant van de samenleving verzwaart, niet zo zeer in aantallen maar wel in de problematieken per individu (multiproblem). Het gaat vaak om ‘in de persoon gelegen factoren’ (bijvoorbeeld licht verstandelijk beperkt, gedragsproblemen) en ‘omgevingsfactoren’ (bijvoorbeeld (v)echtscheiding ouders, financiële problemen).

Belangrijke oplossingen om de kwetsbaarheid te doorbreken, zijn, volgens de jongeren en professionals, onder andere: jongeren succeservaringen laten beleven en het hele gezin meenemen in de begeleiding en scholing (diploma’s en certificaten halen voor wie dat mogelijk is).

Professionals die elkaar kennen is winst

De arbeidstoeleiding en begeleiding van kwetsbare jongeren door de verschillende partijen verloopt redelijk, PrO- en VsO-scholen en het RMC/ leerplicht helpen de jongeren met het behalen van een startkwalificatie (voor wie dat haalbaar is) en bereiden hen voor op werk. Hierbij zijn ook de accountmanagers en de werkcoaches van het jongerenteam vaak betrokken. De voornaamste punten waar nog uitdagingen liggen, zijn:

  • Mismatch van vraag en aanbod van werk voor de doelgroep aanpakken.
    • Kansen creëren voor de kwetsbare jongeren, specifiek twee doelgroepen: Jongeren in het doelgroepenregister en BBL- leerlingen (verdringing arbeidsmarkt).
    • Om- of bijscholing als dat mogelijk is, en anders nadruk op competenties in plaats van cognitie.
    • Scholen zouden jongeren meer kunnen opleiden richting kansrijke beroepen/ sectoren.
  • Laaggeletterdheid, meer in LBO+ niveau communiceren.
  • Gezamenlijk missie onderschrijven en inspanningen verrichten om alle kandidaten te kunnen plaatsen op een afspraakbaan. Proces nog beter beschrijven van nazorg en begeleiding van jongeren.
  • Voorlichting aan werkgevers geven over de overgang van stage/school naar een arbeidsplek. Hierbij is het van belang om meer bekendheid te genereren over de mogelijkheden voor bedrijven die willen werken met de doelgroep.
  • Meer tijd, budget, aandacht en maatwerk voor de jongeren.

Uit de analyses op het gebied van samenwerking tussen alle betrokken partijen blijkt dat de verschillende partijen hun eigen gebied goed kennen, maar minder goed op de hoogte zijn van de functies, taken en diensten van de andere partijen. Voor een betere (snellere) samenwerking zou er meer bekendheid bij de verschillende partijen moeten komen, over bij wie men moet zijn met welke vragen, wat welke partij doet en welke middelen/ budgetten er zijn. Er zijn nog een aantal punten die de samenwerking bemoeilijken:

  • In veel gevallen ontbreekt een vast contactpersoon en is men zoekende bij wie men moet zijn voor begeleiding/ arbeidstoeleiding en zijn er partijen die daarom zelf de arbeidstoeleiding doen.
  • Gegevens worden onderling uitgewisseld met toestemming van de persoon (of ouders) in kwestie, maar als er geen toestemming is, wordt informatie-uitwisseling lastig in verband met de privacy. De samenwerking wordt hierdoor bemoeilijkt.
  • Sociale teams zouden meer werkzoekenden mogen melden als ze dat signaleren.
  • Sociale teams zouden moeten streven naar dezelfde doelen, werkwijzen en procedures voor een betere samenwerking.
Partijen betrokken bij de begeleiding van kwetsbare jongeren

 

Jongeren redelijk positief over inzet van gemeente

Tijdens de gesprekken met de jongeren is aan de orde gekomen welke route ze doorlopen hebben. Zijn ze na school gelijk aan het werk gegaan of zijn ze bijvoorbeeld een paar keer geswitcht van school. Uit de gesprekken blijkt dat de jongeren geen continue route van school naar werk doorlopen, ze switchen veel. Een paar jongeren volgen onderwijs, maar het merendeel heeft werk (arbeidstrainingsplek, WerkWinkel of afspraakbaan). De jongeren zijn over het algemeen positief over de baan die ze hebben, het werk is afwisselend, past bij hun interesses en ze hebben inkomsten. Maar sommige jongeren zijn minder positief over hun baan, omdat ze een slechte verstandhouding met collega’s hebben of het werk past niet bij de interesses van de persoon.

Er is ook gevraagd naar de ervaringen van de jongeren over de diensten van de gemeente. Het merendeel van de jongeren is redelijk positief over de begeleiding bij onderwijs en werk, want er is goed en voldoende contact (er wordt naar de jongeren geluisterd). Alleen mag het soms nog wel duidelijker zijn bij wie de jongeren moeten zijn met hun vragen; bij de jobcoach of bij de werkcoach.

Signalen vroegtijdig oppakken en serieus nemen helpt grotere problemen op latere leeftijd voorkomen. Beter zicht hebben op jongeren in een kwetsbare positie is erg belangrijk. Alleen dan zijn we met elkaar in staat om hen een toekomst te bieden. Professionals kunnen elkaar daarin nog meer gaan vinden, waarbij de jongere zelf, met zijn/ haar eigen (thuis)omgeving stappen voorwaarts kan maken.

 

Meer weten?

Wilt u meer weten over dit onderzoek of wat Covalente voor u kan betekenen op het gebied van onderzoek en advisering met betrekking tot jongeren in een kwetsbare positie? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.