Kinderombudsman: Armoedebeleid sluit onvoldoende aan bij wat kinderen nodig hebben

Bij armoede denkt iedereen direct aan financiële problemen en dat daar de oplossing moet worden gezocht. Maar armoede is zoveel meer: het is een complex verhaal waarbij sociale uitsluiting (het sociaal-cognitieve aspect) een prominente rol speelt. Dit zogenoemde ‘sociaal-cognitieve aspect’ is tot nu toe onderbelicht gebleven. Het is tevens de reden dat de huidige aanpak, die zich vooral richt op de financieel-economische kant van armoede, geen duurzaam resultaat op kán leveren.

Mensen die (vanaf hun jeugd) in armoede leven ervaren veelvuldig sociale uitsluiting, hetgeen een forse aanslag betekent op hun zelfbeeld en functioneren. Die sociale uitsluiting vindt op vrijwel alle levensgebieden plaats.

Wie in armoede leeft:

  • heeft vaak slechte onderwijskansen;
  • woont vaker in buurten met veel problematiek en overlast;
  • heeft veel meer dan de gemiddelde burger te kampen met ernstige gezondheidsproblemen en sterft gemiddeld acht jaar eerder dan Jan Modaal;
  • is meer dan de gemiddelde burger het slachtoffer van misdrijven;
  • komt meer dan de gemiddelde burger in aanraking met het gerecht en wordt bovendien vlugger en zwaarder veroordeeld. Kinderen van personen die in armoede leven worden eerder veroordeeld door de jeugdrechtbank.
  • staat zeer zwak op de arbeidsmarkt; (geen diploma / wegens hun uiterlijk).
  • Kinderen van arme gezinnen worden vaker uit huis geplaatst.

Wanneer iemand zo opgroeit is de kans groot, dat je als volwassene nog weinig vertrouwen hebt in de samenleving en een rugzak vol (onverwerkt) verdriet meesleurt. Het hoeft geen betoog dat dit het functioneren van de persoon in kwestie ernstig belemmert. Dit noemen we de kloof tussen de leefwereld van mensen die in armoede leven en de rest van de samenleving. Door de onbekendheid van deze totaal andere leefwereld bij de rest van de samenleving (die de regels van de samenleving vanuit hún referentiekader bepalen) ontstaat vaak miscommunicatie tussen beide groepen, met als gevolg zorg- en hulpvermijding en nog meer sociale uitsluiting van de groep arme mensen. Dit alles draagt bij tot het hardnekkige karakter van de armoedeproblematiek.

Dankzij het onderzoeksrapport van de kinderombudsman is de aandacht (opnieuw) gevestigd op een bredere aanpak van armoedebeleid. Laten we de mensen die in armoede leven daarbij betrekken; zíj zijn de expert! Dit biedt de kans om in Nederland tot een volwassener armoedebeleid te komen, waarin de sociale uitsluiting van mensen die in armoede leven daadwerkelijk aangepakt wordt en zij hun kansen op een volwaardig(er) deelname aan de samenleving aanzienlijk zien toenemen. Aan de slag!